Lachen met Jan Siemerink aan de tennisbaan
Een lachsalvo gaat door de tent van de hoofdsponsor, Priority Telecom. Tientallen relaties van het telecombedrijf uit Schiphol-Rijk vermaken zich kennelijk opperbest bij het dagelijkse seminar De juiste balans met Cor Molenaar, Tjerk Bogtstra en Jan Siemerink.
In de zijlijn van de Priority Telecom Open in Amersfoort filosoferen managers over de relatie tussen topsport en bedrijfsleven. Om smiddags de tribune te beklimmen. En een seminar hoeft helemaal geen straf te zijn. Zeker als het binnen een stuk warmer is dan buiten, waar het plenst.
Binnen verzorgt presentator Jack van de Voorn een inleiding in de tennissport, voor klanten met weinig tennisachtergrond. Want ja, weten de relaties waarin ze terecht zijn gekomen?
Dames en heren uit het bedrijfsleven willen vast wel wat over geld weten, vermoedt Van der Voorn, die oplepelt dat jaarlijks ongeveer 55 miljoen dollar te verdienen valt op de ATP-toernooien, met winnaars van naam.
Rod Laver in 1962, laat Van der Voorn zijn gehoor versteld staan. Die kwam in die tijd voor 500 gulden startgeld en een transistorradio.
Oud-toptennisser Jan Siemerink kreeg in 1995 al wat meer op zijn conto gestort, maar deed het Laver niet na. Siemerink ging als verliezend finalist de boeken in. Daarover maakte het publiek zich niet vrolijk. De man die als tennisser bekend stond om zijn fluwelen touch, blijkt een fijn ontwikkeld gevoel voor humor te hebben.
Tijdens zijn inleiding beschouwt Cor Molenaar, professor in de e-marketing, de verschillende tennisgeneraties. Molenaar onderscheidt de keurignette generaties van Tom Okker, de recalcitrante generatie onder aanvoering van John McEnroe en de daarop volgende flegmatieke generatie met Richard Krajicek.
Molenaar: Richard Krajicek, Paul Haarhuis, Jan Siemerink; het zijn stuk voor stuk aardige jongens, die je graag als schoonzoon wilt....
De tent barst uit in lachen, kijkt naar Siemerink. Molenaar hervat: Een enkele uitzondering daargelaten, dan.... Opnieuw lachen. En dan Siemerink: Ja Haarhuis.
Molenaar heeft nog een grol in huis. Hij heeft net verteld dat uit onderzoek blijkt dat lang niet alle voetbalfans domme randdebielen zijn, maar dat de meeste hooligans accountant van beroep zijn. Dan snapt u nu waarschijnlijk waarom ADO Den Haag er zoveel heeft... allemaal ambtenaren.
Bondscoach Tjerk Bogtstra benadert het thema nog het meest serieus van de drie. Vertelt over de parallel tussen sport en bedrijfsleven, over het belang van een goede coach in de sport en in het bedrijfsleven, het belang van vertrouwen hebben in elkaar. Kortom, de coach als vriend, mentor en manager.
Soms beslissingen nemen, soms in de groep staan, dat is de kunst,
aldus Bogtstra. Ik sprak laatst nog met Co Adriaanse. Hij was jaloers op me, omdat ik ook in de groep kan staan. Hij kan er alleen boven staan. Dat is een verschil tussen voetballers en tennissers. Voetballers gaan na de training of wedstrijd naar huis, als je met een tennisser de wereld over reist, ga je trainen, spelen, eten en in de avonds doe je ook wat samen.
Maar Jan Siemerink wenst toch het laatste woord te hebben. Tegen zijn ex-coach: Maar helemaal geen coach hebben kan ook. Sjeng Schalken speelde op Wimbledon zonder coach. Hij deed het niet slecht. Je moet de topspeler als een soort eenmanszaak zien: je beslist zelf wat het beste voor je is. Soms is dat met coach, soms zonder.
Het is bijna twaalven. Broodje happen, twaalf uur op de baan. Waar ene Martin Verkerk zich al warm staat te slaan. Naar buiten, wat lippencreme van de sponsor mee? Het lijkt een beetje overdreven met de Amersfoortse temperaturen.
Vind ook Jan Siemerink, die de Amersfoortse luchten vorst. Hij vertrouwt het niet en ritselt nog even een blauwe regenjas. Ook van de hoofdsponsor.
(Bron: de Amersfoortse Courant)



