DE DUTCH OPEN.
Het is al weer stil op het centre court als een wat oudere man nog zijn plekje zoekt. Sssstt hoort hij om hem heen en iemand anders fluistert een beetje geirriteerd: Hij wil net gaan serveren. De oudere man draait zich rustig om en zegt: Oh, doet u mij dan maar een jonge borrel! De sfeer op het Melkhuisje, waar voorheen de Dutch Open werd gespeeld, kon Toon Hermans als geen ander beschrijven. Knus en gezellig waren de typische kenmerken van dit nostalgische toernooi. Helaas werd de entourage naar internationale maatstaven te klein bevonden en men moest verhuizen naar een andere locatie met een andere sfeer. De term Dutch Open verhuisde mee naar eerst Amsterdam en nu Amersfoort. Helaas is het daardoor niet meteen meer duidelijk dat het om een tennistoernooi gaat. De Dutch Open in Amersfoort kan net zo goed om een golf-, atletiek-, badminton- of van mijn part bridgetoernooi gaan en daardoor verliest het wat van haar allure. Als er vroeger over het Melkhuisje werd gepraat, wist iedereen dat Rod Laver (winnaar in 1962), Tom Okker (winnaar in 1966, 69, 70 en 73) of Balasz Taroczy (winnaar in 1976, 78, 79, 80, 81 en 82) weer zouden tennissen op dit pittoreske park in Hilversum.
Mensen die ouder worden praten met heimwee over vroeger. Toen was alles anders en meestal beter. Zo oud ben ik toch niet dat ik nu ook al over vroeger begin te praten. Zijn mijn professionele tennisjaren dan ook echt tropenjaren geweest?
Laat ik maar gauw doorgaan te zeggen dat de verhuizing voor mij ook positieve dingen heeft opgeleverd. Meer ruimte voor meer tennisliefhebbers, eenvoudiger te vinden (wat een doolhof was het daar) en betere faciliteiten voor de spelers om maar eens wat te noemen. Maar het leukste, gaafste, keunste, coolste, vetste vind ik vooral dat ik mijn naam terugvindt op de laatste pagina in de geschiedenisboeken over het Melkhuisje. De man die de laatste officiele bal sloeg in het internationale tennistoernooi op het Melkhuisje. Dat het een niet te missen smash was in een voor mij persoonlijk zwakke dubbelspelfinale wordt gelukkig niet vermeld!
J.S.
(Verschenen in Dutch Open Magazine in juli 2004)
Het is al weer stil op het centre court als een wat oudere man nog zijn plekje zoekt. Sssstt hoort hij om hem heen en iemand anders fluistert een beetje geirriteerd: Hij wil net gaan serveren. De oudere man draait zich rustig om en zegt: Oh, doet u mij dan maar een jonge borrel! De sfeer op het Melkhuisje, waar voorheen de Dutch Open werd gespeeld, kon Toon Hermans als geen ander beschrijven. Knus en gezellig waren de typische kenmerken van dit nostalgische toernooi. Helaas werd de entourage naar internationale maatstaven te klein bevonden en men moest verhuizen naar een andere locatie met een andere sfeer. De term Dutch Open verhuisde mee naar eerst Amsterdam en nu Amersfoort. Helaas is het daardoor niet meteen meer duidelijk dat het om een tennistoernooi gaat. De Dutch Open in Amersfoort kan net zo goed om een golf-, atletiek-, badminton- of van mijn part bridgetoernooi gaan en daardoor verliest het wat van haar allure. Als er vroeger over het Melkhuisje werd gepraat, wist iedereen dat Rod Laver (winnaar in 1962), Tom Okker (winnaar in 1966, 69, 70 en 73) of Balasz Taroczy (winnaar in 1976, 78, 79, 80, 81 en 82) weer zouden tennissen op dit pittoreske park in Hilversum. Mensen die ouder worden praten met heimwee over vroeger. Toen was alles anders en meestal beter. Zo oud ben ik toch niet dat ik nu ook al over vroeger begin te praten. Zijn mijn professionele tennisjaren dan ook echt tropenjaren geweest?
Laat ik maar gauw doorgaan te zeggen dat de verhuizing voor mij ook positieve dingen heeft opgeleverd. Meer ruimte voor meer tennisliefhebbers, eenvoudiger te vinden (wat een doolhof was het daar) en betere faciliteiten voor de spelers om maar eens wat te noemen. Maar het leukste, gaafste, keunste, coolste, vetste vind ik vooral dat ik mijn naam terugvindt op de laatste pagina in de geschiedenisboeken over het Melkhuisje. De man die de laatste officiele bal sloeg in het internationale tennistoernooi op het Melkhuisje. Dat het een niet te missen smash was in een voor mij persoonlijk zwakke dubbelspelfinale wordt gelukkig niet vermeld!
J.S.
(Verschenen in Dutch Open Magazine in juli 2004)



